Column 4

Slotdebat Harlingen op 19 maart 2018

 

Het laatste debat vóór de verkiezingen. Deze keer in Trebol. Op de agenda staan een ‘pitch’ van één minuut en drie thema’s: Wonen, Werken en Sociaal domein. Het doet me even fronsen. Niets over klimaat, milieu. Ik ben benieuwd!

Onze gespreksleidster Arjette de Pree heet mij welkom. Twee vrouwen op het podium. Ik krijg als eerste van de lijsttrekkers het woord. Mijn minuut. Ik praat over het klimaat. Daar staat GroenLinks voor. Klimaat is geen ‘ver van mijn bedshow’; zeker niet in Harlingen, zo dicht bij de zee. Wij eten minder vlees, kopen groene stroom, rapen plastic flesjes en blikjes op, en iedereen scheidt afval. Zoals Jesse Klaver het deze week in Amsterdam verwoordde: “Het wordt hoog tijd dat dit besef voor klimaat en milieu bij de beleidsmakers terecht komt.” Gemeenten hebben hier een opdracht en een kans. Ik geloof dat Harlingen er klaar voor is.

Andere lijsttrekkers volgen. Ambities worden uitgesproken. De hoop op zetels is te zien en te voelen. De debatten lijken het programma voor de komende jaren te beschrijven. We gaan een mooie mix maken van verschillende soorten woningen op A- en B-locaties. Eens. Bijna unaniem.

We gaan zorgen voor meer werkgelegenheid door bedrijven aan te trekken. Eens. Bijna unaniem.

Wij letten erop dat zorggeld zorggeld blijft, dat het gebiedsteam zijn werk kan doen en dat wij aandacht hebben voor de zwakkeren in onze samenleving. Eens. Unaniem.

We kunnen wel naar huis, lijkt het.

Maar is dit genoeg, voor de vragen van leerlingen die nu nog op de middelbare school zitten? Is dit wat Harlinger partijen van nu willen voor onze toekomst? Als lijsttrekker van GroenLinks zou ik onder dit programma geen handtekening zetten. Het is te weinig: een schot voor open doel. Zijn we bang voor discussie, voor een frisse bries? We blijven doen wat we altijd doen en hopen op een andere uitkomst.

Ik mis de spirit in dit debat, ik mis kleur, visie en de bereidheid om er voor te gaan. Ik mis de hooggelegde lat. Nu zit die ergens op kniehoogte. Ik mis het besef dat de wereld groter is dan Harlingen en dat buiten de stadsmuur iets gaande is. Het besef dat wij daar onderdeel van zijn. Wij kunnen hier niet op onze zoutmijn blijven zitten en onze zegeningen tellen, op elkaars schouders kloppen en een beetje sjanteren.

Bij elk deeldebat probeer ik op het juiste moment in te breken. Duidelijk te staan voor het aantrekken van toekomstgerichte bedrijven, met het hart op de juiste plaats, innovatief, duurzaam. Te staan voor niet alleen méér groen, maar vooral ook voor meer diversiteit. Want groen alleen is niet genoeg voor de insecten en bijen. En ook niet voor het gelukkig zijn. Wij moeten anno 2018 beseffen dat wij alleen nog keuzes kunnen maken met het klimaat en het milieu in het achterhoofd. Alleen dan maak je een sociale keuze. Daar ligt de kans om goed voor je mensen te zorgen. Het kan en moet anders!

En Harlingen heeft hier de kans om als voorbeeld te dienen. Een groene gemeente te zijn. De ligging van onze stad geeft ons een basis en een voorsprong. Een meer-generatie-woonwijk op het oude Spaansenterrein, met veel groen, moestuinen, vlinderstruiken, fruitbomen. Met een speeltuin en ontmoetingsplekken voor iedereen. Met een openlucht sportroute en een skatebaan. Kom maar op, vul maar aan!

Na afloop schudden wij elkaars handen, wensen elkaar voor woensdag succes en mengen ons onder het publiek. Ik wordt blij van de mensen die op mij afkomen en met mij het gesprek aan gaan. Blij van een mevrouw – met een PvdA-roosje op haar bloes gespeld – die mij lachend de hand geeft en roept: “Jeetje, wat ben jij een verademing!”

Blij word ik van het jonge meisje dat mij vragen stelt over de visserij. Of ik het eens ben met de zwerfkei-in zee actie van Greenpeace. Zij is de dochter van een visser en wij hebben het over actievoeren, over koesteren van de zee en de noodzaak om geld te verdienen. Prachtig! Blij van een man die nu wél weer de keuze voor GroenLinks maakt na jaren van twijfel. Blij van de scholieren van de RSG, die mijn mailadres vragen.

Glimlachend ruim ik rond middernacht onze posters op, rol de banner in en zwaai gedag. De mannen van de radio vragen wanneer ik mijn playlist opstuur. We hebben afgesproken dat ik binnenkort een avond plaatjes mag draaien en kom praten over van alles en nog wat. Op weg naar huis voel ik mij dankbaar. Dankbaar voor de interesse van de mensen om mij heen. Dankbaar voor de kansen die er zijn.