Column 2

Het debat in Winaldum op 5 maart 2018

Verkiezingstijd. Het startsein voor de eindspurt werd afgelopen maandag gegeven. Het eerste verkiezingsdebat, in het dorpshuis van Wijnaldum. Mijn eerste debat als lijsttrekker van GroenLinks, als enige vrouw in de rij mannen.

Daar sta je dan. Het groentje. Handen worden geschud, we wensen elkaar succes en dan mag je. Het begint met jezelf voorstellen en ik bijt de spits af. Ieder krijgt twee minuten. Wat vertel je dan over jezelf, vroeg ik mij af. Willen mensen weten dat een ik 44-jarige docente Duits ben en dat ik twee bijna volwassen kinderen heb? Waar mijn groene roots liggen? Hoe zet je in die korte tijd jezelf en je partij goed neer? Twee minuten zijn zomaar om!

Ik hoop dat de inleidende woorden om meer vroegen, dat de mensen in de zaal later thuis keken op Facebook en GroenLinks googelden. GroenLinks gaat voor verandering. Dat is duidelijk. Als enige partij hebben we een nieuwe lijsttrekker, als enige partij hebben we ons uitgesproken vóór het basisinkomen. Als een van de weinige partijen zeggen we hardop dat het zout moet blijven zitten waar het zit, dat we wél invloed kunnen hebben op landelijke besluiten.

En dan starten de battles. Ja werkelijk, zo wordt het genoemd als twee lijsttrekkers debatteren. De opzet was dat de één de ander 'aanvalt' en die moet zich dan 'verdedigen'. Uiteraard, verkiezingstijd. Blijkbaar is het nog steeds gangbaar om vooral te profileren wie het meest met zijn spierballen rolt.

Gemiste kans volgens mij. Strijdbaarheid, energie en staan voor de waarden van je partij, van jezelf, van je achterban, betekenen niet dat je elkaar onderuit haalt, maar dat je kijkt naar de punten waarop je elkaar vindt en versterkt en waar je tot een consensus kunt komen. Op inhoud, zonder geschreeuw. Zo vraagt de lijsttrekker van Hoop aan de Wad’n partij ineens iets over de PvdA-kreet “werk, werk, werk”. Ton van der Plas krijgt bijna geen kans om antwoord te geven, omdat Johan Erents zijn boosheid en teleurstelling over de afgelopen jaren nadrukkelijk ventileert. Tot zover de kans op verdedigen.

En dan is het mijn beurt. Ik ga “de ring” in met Hein Kuiken. Een ervaren raadslid en vier jaar wethouder. Aan zijn houding te zien wordt het inderdaad een echte battle. In een flits van een seconde denk ik: 'Staat hier de wethouder of de lijsttrekker?' Het regent aanvallen. Over waar ons partijprogramma te vinden is, over waar we de afgelopen jaren waren, dat hij niet weet waar GroenLinks voor staat. Onze politieke vriend PvdA trapt naar mijn schenen. Ik sta er verbaasd naar te luisteren en te kijken. Echt waar? Kom op, we leven in 2018, een jonge wethouder weet toch wel hoe je contact moet maken? Bel mij, laten we een kop koffie dringen, laten we praten!

Wat ik eigenlijk wilde zeggen is: Hein, complimenten! Als wethouder heb je het onwijs goed gedaan Ik hoop dat – mocht je wethouder blijven – GroenLinks samen met jouw partij invulling kan geven aan de kansen die voor het oprapen liggen. Laten we van Waddenstad Harlingen, grenzend aan werelderfgoed, een stad maken die voorop loopt! Wij hebben veel punten waar we het zomaar over eens worden. Misschien kunnen ook zaken als het basisinkomen vorm krijgen. Laten we kansen grijpen en lef tonen!

En dan het vragenrondje. Vragen die vooraf via de mail waren ingezonden, vragen uit het publiek. Goede vragen, uit het hart van betrokken mensen. Hier worden de verschillen duidelijk en ook dat wij daar allemaal met een positieve intentie staan. GroenLinks ziet kansen genoeg voor inwoners en bedrijven van deze gemeente. Andere partijen zien die gelukkig ook, merkte ik tijdens mijn eerste debat.

En door die bevestiging kreeg dit groentje er nog meer zin in. Tot volgende week!

 

Stephanie Geurtz

GroenLinks Harlingen